De Conferentie van Verdragsluitende Partijen van het CDNI heeft besloten dat binnenvaartschippers en bunkerbedrijven in de toekomst verplicht moeten registreren welke type brandstof wordt gebunkerd. Met deze wijziging wil het CDNI beter inzicht krijgen in het gebruik van alternatieve brandstoffen binnen de binnenvaart.
Het CDNI is het internationale verdrag tussen Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Zwitserland. Het verdrag bevat afspraken over de inzameling, verwerking en financiering van afval uit de binnenvaart.
Met deze aanpassing wordt het mogelijk om bij brandstofmengsels vast te leggen welk aandeel biogene componenten de gasolie bevat. Hierdoor ontstaat een beter beeld van de verduurzaming van de sector en de overstap naar alternatieve brandstoffen. Daarnaast kunnen deze gegevens bijdragen aan een betere analyse van de transitie van de binnenvaartvloot naar hernieuwbare energie, waaronder het gebruik van biocomponenten in brandstoffen. De registratie van het brandstoftype wordt verplicht voor zowel de digitale registratie als de bunkerverklaring. Volgens het CDNI leidt dit tot een completere registratie van brandstoffen, terwijl de extra administratieve belasting voor schippers en bunkerbedrijven beperkt blijft.
Daarnaast zijn de regels rondom het ontgassen van tanks verder verduidelijkt. Er komt één uniforme methode voor het meten van de toelaatbare waarde voor vrij ventileren (AVFL). Ook worden de losverklaring en het meetrapport aangepast. Hiermee wil het CDNI zorgen voor meer duidelijkheid en een uniforme toepassing van de ontgassingsregels binnen alle verdragslanden.

